Trump ziet geen inflatie, maar inflatieverwachtingen schieten omhoog
In dit artikel:
Amerikaanse consumenten beginnen weer meer prijsstijgingen te vrezen, ondanks president Trump’s herhaalde beweringen dat er geen inflatieprobleem is. Uit recente cijfers — volgens Reuters — klom de inflatieverwachting voor de komende twaalf maanden in maart naar 5,2 procent, het hoogste niveau sinds mei 2025. De directe aanjager is een energieschok: de oorlog rond Iran heeft de olieprijs sinds eind februari met meer dan 50 procent opgedreven en benzineprijzen in de VS zijn weer boven de 4 dollar per gallon gekomen.
Hogere brandstofkosten werken snel door in het consumentengedrag omdat ze zichtbaar zijn aan de pomp en later doorwerken in transport- en productiekosten. Tegelijkertijd stijgen ook rentes: de hypotheekrente klom volgens de Mortgage Bankers Association naar 6,57 procent, het hoogste niveau sinds augustus. Dat maakt het gevoel van prijsdruk concreter — boodschappen en benzine lijken duurder, en financiële lasten nemen toe.
Voor markten en beleidsmakers is dit risicovol. Als consumenten verwachten dat inflatie terugkeert, vergroot dat de kans dat de Federal Reserve geplande renteverlagingen uitstelt of annuleert. Fed-functionaris Alberto Musalem gaf aan voorlopig geen aanleiding te zien om de beleidsrente te verlagen, en Bank of America waarschuwt dat de inflatie dit kwartaal weer richting 4 procent kan oplopen als grondstoffenprijzen hoog blijven.
Politiek gezien vergroot dit de kloof tussen Trumps optimistische retoriek en de economische realiteit: stijgende verwachtingen en rentes ondermijnen zijn bewering dat er “geen inflatie” is. Conclusie: het conflict rond Iran drijft niet alleen olieprijzen op, maar jaagt ook de inflatieverwachtingen aan — en zolang die trend doorzet, wordt het moeilijker Trumps verhaal geloofwaardig te houden.