Trump blijft zichzelf tegenspreken over Iran, Amerikaanse kiezers geloven bazelende bataat niet meer
In dit artikel:
Donald Trump noemde de Amerikaanse militaire actie tegen Iran aanvankelijk een “excursie” die hooguit vier à vijf weken zou duren. Op de vooravond van week zes sprak hij woensdag vanuit het Witte Huis en zei dat de VS “nog twee tot drie weken” doorgaan. Gedurende de campagne wisselt Trump voortdurend van toon en doelstellingen: eerst eiste hij dat Iran de Straat van Hormuz zou vrijgeven, daarna suggereerde hij dat andere landen dat moesten doen en even later voorspelde hij dat de zeestraat vanzelf weer open zou komen.
Ook zijn houding ten opzichte van regime change schuift; hij moedigde aanvankelijk Iraniërs aan in opstand te komen, maar ontkent later daarover gesproken te hebben en beweert zelfs dat het regime al gematigd is geraakt. Tegelijkertijd verklaarde hij dat de VS “alle kaarten” in handen hebben, terwijl Iran met de blokkade van de Straat van Hormuz een strategische troef bezit.
De binnenlandse reactie is kritisch: ongeveer twee derde van de Amerikanen vindt dat zijn beleid de economie heeft geschaad. Op de financiële markten leidde Trumps toespraak tot een koop van olie en verkoop van aandelen: Brent steeg naar circa $107 per vat (+5,8%), Amerikaanse olie rond $105 (bijna +5%), en beursindices in Azië, waaronder Japan en Zuid-Korea, daalden enkele procenten door de hogere energieprijzen.