Afshin Ellian: Gemengde gevoelens over bestand tussen Verenigde Staten en Iran
In dit artikel:
„Het is heel eenvoudig: als de Revolutionaire Garde in Iran zich overgeeft aan de eigen bevolking, is de oorlog ten einde,” zegt prof. Afshin Ellian, geboren in Iran en hoogleraar rechtswetenschap aan de Universiteit Leiden, in een interview over de recente escalatie rond Iran.
Wie en waar: Ellian bespreekt de huidige spanningen tussen Iran, de VS en Israël, na onder meer een aanval op het eiland Kharg en dreigementen van president Trump om Iraanse bruggen en energie-infrastructuur te bombarderen als de Straat van Hormuz niet wordt heropend. Hij noemt ook Mohammed Bagher Ghalibaf, voorzitter van het Iraanse parlement, en haalt uit een oud citaat van hem het bewijs voor de hardvochtigheid van het regime.
Wat en waarom: Ellian verwijt de islamitische machthebbers en vooral de Revolutionaire Garde verantwoordelijk te zijn voor geweld, mensenrechtenschendingen en terroristische ambities — zowel intern (brute neerslag van democratische protesten) als extern (aanvallen op energievoorzieningen in de Golf). Hij benadrukt dat aanvallen op civiele infrastructuur door Iran onrechtmatig zijn, maar wijst ook op de wederzijdse illegaliteit van sommige acties en stelt dat in oorlog uiteindelijk “de logica van geweld” lijkt te regeren.
Internationale politiek en militaire optie: Ellian interpreteert Trumps harde taal vooral als gericht op het regime, niet op gewone Iraniërs, en zegt dat Trump meer sympathie voor de Iraanse bevolking toont dan Europese leiders. Hij bestrijdt analyses die zeggen dat Iran politiek wint door controle over de Straat van Hormuz: die macht is reëel maar mogelijk tijdelijk, en Iran raakt steeds meer geïsoleerd in de Golfregio. Volgens Ellian zijn het niet de politici maar generaals van de Revolutionaire Garde die momenteel de dienst uitmaken in Iran; hij meldt bovendien dat over de hoogste leider, Mojtaba Khamenei, weinig wordt gehoord omdat hij gewond zou zijn.
Transitie en vervolging: Ellian is lid van een internationaal overgangscomité onder leiding van kroonprins Reza Pahlavi (zoon van de shah). Het comité werkt aan een draaiboek voor een mogelijke machtswisseling en wil een overgangsrechtbank instellen om misdaden sinds 1979 te berechten volgens westerse mensenrechtenstandaarden. Belangrijke keuzes zijn: geen doodstraf opnemen in de voorstellen en het niet eindeloos teruggraven in de geschiedenis — volgens Ellian zijn de misdaden sinds de islamitische revolutie ernstiger dan die uit de shah-periode. Critici noemen een Pahlavi-transitie onrealistisch; Ellian antwoordt dat Pahlavi veel steun in de oppositie heeft en dat met de inzet van burgers en wapens het regime kan worden ondermijnd.
Gevolgen en persoonlijke risico’s: Ellian waarschuwt dat massale bombardementen op bruggen en energiecentrales de moraal van Iraanse burgers kunnen schaden, ook al richtten eerdere Amerikaanse en Israëlische aanvallen zich vooral op machtsdoelen en zouden circa 5.000 gardisten en militiemensen zijn gedood (schattingen). Hij erkent de lange arm van Iran en zegt voorzichtig te zijn over zijn persoonlijke veiligheid, maar blijft publiekelijk kritisch en niet laf.
Kader en implicaties: Ellian ziet de val van het islamitische regime als gunstig voor de regio en de wereld: minder nucleaire dreiging, minder steun van Iran aan buitenlandse strijdgroepen en een mogelijke stimulans voor scheiding van religie en staat elders in de islamitische wereld. Zijn nadruk ligt op interne Iraanse verandering — via een overgang geleid door een bredere oppositie — en op verantwoording voor systeemgeweld met inachtneming van mensenrechten.